Messiaanse Psalmen - Een Gratis Cursus

Over Deze Pagina

De Emmaus Correspondentie School biedt u een volwaardige Bijbelopleiding aan, die u opleidt om Gods Woord beter te leren kennen en begrijpen. Je bekijkt nu de cursus Messiaanse Psalmen, één van onze gratis online De Bijbel-Oude Testament cursussen. De Emmaus Correspondentie School biedt u een volwaardige Bijbelopleiding aan, die u opleidt om Gods Woord beter te leren kennen en begrijpen..

Les 1 - Deel 1

Laat op Paaszondag zit een aantal volgelingen van de Heere Jezus Christus in een bovenkamer in de oude stad Jeruzalem. Ze zijn bang en dat is te begrijpen. Hun Meester, in wie zij geloofden en van wie ze zoveel hadden verwacht, is een aantal dagen eerder ’s nachts gearresteerd en de dag daarop terechtgesteld. Ze hebben gegronde redenen om aan te nemen dat zij nu aan de beurt zijn om te worden gearresteerd, gemarteld en gedood. Achter gesloten deuren praten ze zachtjes met elkaar. En dan gebeurt het!

Plotseling staat hun geliefde Heer en Meester in hun midden. Is Hij teruggekeerd uit de dood? Om te bewijzen dat zij geen geestver-schijning zien of het zich inbeelden, vraagt Hij voedsel en eet dat voor hun ogen. Daarvoor gaf Hij hen al Zijn vredegroet en toonde Zijn wonden. Hij herinnerde hen eraan, dat Hij toen Hij nog bij hen was, gezegd had: ‘alles moest vervuld worden wat over Mij geschreven staat in de Wet van Mozes en in de Profeten en in de Psalmen’. Toen opende Hij hun verstand zodat zij de Schriften begrepen (Lukas 24:44,45).

Hieruit weten we dat ook de Psalmen getuigen van Christus. Later wekt Paulus de christenen in Efeze op om onder elkaar te spreken met Psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en te zingen voor de Heere en Hem te loven in hun hart (Efeziërs 5:19). Al vanaf het begin van de gemeente werden de Psalmen niet alleen gelezen, maar ook gezongen.

Wie schreef de Psalmen?

Hoewel we dit Bijbelboek meestal gemakshalve Psalmen van David, noemen, is maar van 73 van de 150 Psalmen duidelijk dat ze inderdaad van David afkomstig zijn. Vrijwel alle liederen van het eerste boek van de Psalmen (1-41) zijn van David. Andere Psalmdichters zijn Asaf, Ezra, Korach, Mozes, Salomo, Ethan en Heman. De eerste van hen is Mozes – de maker van de 90e en mogelijk ook van 91e Psalm – terwijl Ezra, die na de ballingschap de eredienst herstelde, de laatste is. Aan hem wordt doorgaans ook de 119e Psalm toegeschreven. Van 50 Psalmen is de naam van de maker onbekend of verloren gegaan.

Het Nieuwe Testament getuigt dat de Heilige Geest sprak door de mond van David (Handelingen 1:16). Alle Psalmdichters stemmen overeen met het getuigenis van David in zijn afscheidsrede: ‘De Geest van de Heere heeft door mij gesproken, en Zijn woord is op mijn tong’ (2 Samuël 23:2).

Voor wie werden ze geschreven?

Wie de Psalmen zorgvuldig doorleest, merkt dat een aanzienlijk deel ervan niet of nauwelijks op ons, christenen die nu leven, kan worden toegepast. Daarom schrikken we terug voor bepaalde uitdrukkingen of durven ze slechts aarzelend hardop na te spreken. Enkele voorbeelden daarvan zijn Psalm 139:21-22: ‘Zou ik niet haten, Heere, wie U haten, walgen van wie tegen U opstaan? Ik haat hen met een volkomen haat’; en Psalm 51:13: ‘Verwerp mij niet van voor Uw aangezicht en neem Uw Heilige Geest niet van mij weg’

We ontdekken hoe vaak in een aantal van deze Psalmen de Heere Jezus Zelf spreekt en Zijn diepste gevoelens uit, die ons niet worden geopenbaard in de vier evangeliën. In veel andere Psalmen bezingt de dichter zijn eigen geloof en beschrijft hij zijn persoonlijke gevoelens als hij beproevingen moet ondergaan en daaruit wordt gered. Deze Psalmen zijn opgedragen aan ‘de koorleider’ om op muziek gezet en gezongen te worden in de tempeldienst. Een groot aantal daarvan drukt uit wat gelovige Israëlieten ondergaan hebben onder vervolging en verdrukking, wat straks op zijn hevigst zal zijn in de komende Grote Verdrukking.

Maar christenen mogen de Psalmen absoluut niet wegdoen uit de Bijbel. We kunnen ze ook niet missen, want deze eeuwenoude liederen zijn ook voor ons, die nu leven, zeer waardevol. Ze zijn een grote hulp voor ons bij het onder woorden brengen van onze diepste geestelijke gevoelens, verwachtingen en verlangens.

Waarin verschillen de Psalmen van andere Bijbelboeken?

Zij zijn in dichtvorm

Zelfs een oppervlakkige lezer voelt aan dat Job, Psalmen, Spreuken, Prediker en Hooglied in opbouw en structuur verschillen van de andere boeken van de Bijbel. Dat komt omdat ze niet zijn geschreven in proza, maar in Hebreeuwse dichtvorm. Ook in de andere Bijbelboeken staan poëtische gedeelten, die direct als zodanig te herkennen zijn, maar de zojuist genoemde vijf boeken zijn geheel in dichtvorm. Meestal zijn het geen verslagen van gebeurtenissen, maar weergaven en overdenkingen van vaak zeer diepe geestelijke ervaringen en gevoelens van gelovigen.

Ze dragen titels

De opschriften van 116 Psalmen zijn uniek, zeer oud en ongetwijfeld echt. Ze onthullen vaak de identiteit van de geïnspireerde schrijver en de omstandigheden waaronder hij schreef. Zulke opschriften bieden ons de eerste sleutel voor de uitleg. Uit de titels is al duidelijk dat de erop volgende gebeden en lofprijzingen gesmeed zijn op het aambeeld van diepe ellende, zowel in de omstandigheden als in de dichter zelf.

Godvruchtige Bijbelgeleerden vermoeden dat het in de Psalmen vaak voorkomende opschrift ‘voor de koorleider’ – dikwijs gevolgd door het Hebreeuwse woord voor een bepaald muziekinstrument – evengoed of zelfs beter aan het slot kan worden geplaatst. Dit omdat het een aanwijzing zou zijn voor de koorleider in de tempel, die mogelijk zowel componist als dirigent was. Zij verwijzen hiervoor naar Habakuk 3:19, maar dit is nooit algemeen aanvaard.

Christenen zien in de koorleider een beeld van de verheerlijkte Christus, die temidden van de Zijnen de lofzang aanheft tot God de Vader (zie Hebreeën 2:12).

Ze zijn op natuurlijke wijze onderverdeeld

De 150 Psalmen zijn op natuurlijke wijze verdeeld over vijf afzonderlijke boeken, elk met een eigen inhoud en karakter.

Dit ontdekken we als we er op letten dat elk deel met een loflied wordt afgesloten. Het einde van de delen ligt respectievelijk bij het slot van de Psalmen 41, 72, 89, 106 en 150.

Als we het boek van de Psalmen bewust deel na deel lezen, en ook de inhoud van elke Psalm afzonderlijk op ons laten inwerken, zal nieuwe en frisse lof en aanbidding uit onze harten opkomen.

Hoewel de Psalmen niet zijn gerangschikt in historische of profetische volgorde, is hun volgorde in geestelijk en moreel opzicht vol-maakt. Elke Psalm staat precies op zijn plaats en allen passen perfect in het geheel. Daarom geloven wij dat, net als hun inhoud door God aan de schrijvers is ingegeven, ook de ordening en volgorde door God is geïnspireerd.

Hun horizon is anders

Het geheimenis (of ‘de verborgenheid’) dat de Gemeente Gods hemels volk is, wordt pas onthuld in het Nieuwe Testament. De horizon van de Psalmen is aards, want Israël is Gods aardse volk. We moeten er goed op letten dat niet de Gemeente, maar het volk Israël een heerlijke toekomst op aarde wacht en dan voor eeuwig de bruid van de Heere is.

Nooit doet de Geest in het Oude Testament een gelovige uitroepen: ‘Abba, Vader’. God staat tot Israël als volk in een geheel andere verhouding dan tot de leden van de Gemeente. Het kindschap van de Israëliet is niet individueel, niet geestelijk, niet tot stand gebracht door wedergeboorte en niet eeuwig van karakter, maar met een historisch begin, aards en op grond van natuurlijke geboorte. De Ge-meente is geen aards, maar een hemels volk, voorgekend van vóór de grondlegging van de wereld en gevormd uit heiligen en gelovigen uit alle volken.

De schrijvers van de Psalmen zijn gelovigen en heiligen. Het zijn Joodse heiligen van een andere bedeling – maar ze staan op dezelfde grondslag van geloof als de christelijke heiligen. Uitgaande van het geheel eigen karakter van de Psalmen – immers ze zijn van en gaan over het aardse Israël – staan er vele rijke geestelijke lessen in, die pas voor christenen hun volle inhoud en betekenis krijgen.

Ze gebruiken soms zeer krachtige taal

Deze ‘krachtermen’ zijn vaak vervloekingen of gebeden om te vervloeken. Voorbeelden van deze vloeken zien we in Psalm 58:7; 109:8-20 en 137:8-9.

Hoewel het voor christenen niet gepast is deze woorden te herhalen, is dit voor de Israëliet ethisch wel verantwoord. Het is zelfs geheel in overeenstemming met hun roeping. Bij de verbondsluiting had de Heere verklaard dat Hij zal vervloeken wie hen vervloekt (zie Genesis 12:3). Daarom vraagt de Psalmist in zijn gebed aan de Heere om Zijn belofte te vervullen en zo Zijn autoriteit te bewijzen als Wetgever en Rechter van het hele heelal en in Zijn aardse volk Israël Zijn Naam te verheerlijken. Uitgaande van dit principe was Israël het instrument in de hand van God om het gezwel dat de Kanaänieten waren in hun lichaam, uit de samenleving te verwijderen. Niet uit bloeddorstige wreedheid, maar juist uit goddelijke barmhartigheid was hen bevolen heidenvolken op het aan hen toegewezen grondgebied uit te roeien.

In Zijn regering heeft God altijd zaaien en oogsten, zonde en straf, met elkaar verbonden. Dit zien we in de opdracht van de Heere aan de godvrezende profeet om de goddeloze koning Agag in stukken te hakken. Deze brute tiran was een kindermoordenaar en Samuel was de beul, die het hemelse vonnis ten uitvoer bracht (zie 1 Samuël 15:33). De profeet zelf was allerminst wraakzuchtig van aard, zijn actie was dus beslist geen persoonlijke wraakneming.

Deze door God geïnspireerde Psalmen zijn volledig in harmonie met het tijdvak, waartoe het aardse Israël behoorde. Maar de Gemeente in deze genadetijd is een hemels volk (Hebreeën 3:1). Zij moet zich vereenzelvigen met de door de wereld verworpen Christus en geduldig wachten op Zijn terugkeer in grote macht en majesteit. In deze tijd heeft ook Christus nog geduld met de wereld. Daarom moet de Gemeente niet oordelen, maar verdragen, niet vervloeken maar zegenen. Lees aandachtig 2 Koningen 1:9-14 en vergelijk dit met Lukas 9:54-56, Handelingen 7:60 en Romeinen 12:19-21.

Ze getuigen profetisch van de Messias

Petrus getuigt in het Nieuwe Testament dat David – die een profeet was en wist dat God hem met een eed gezworen had dat Hij uit de vrucht van zijn lichaam, voor zover het zijn vlees betrof, de Christus zou doen opstaan om Hem op zijn troon te zetten, ook Zijn opstan-ding uit de doden voorzag – van de Heere Jezus Christus getuigde en ‘Deze Jezus heeft God doen opstaan, waarvan wij allen getuigen zijn’ (zie Handelingen 2:29-32 en lees nog eens Lukas 24:44).

Van tenminste veertien Psalmen kan met zekerheid worden gesteld, dat zij in het Nieuwe Testament worden toegepast op de Heere Jezus Christus. Er zijn nog veel meer Psalmen, waarvan Hij of het thema is, of er Zelf in spreekt. In deze cursus beperken we ons tot de veertien zo genoemde ‘Messiaanse Psalmen’.

Een woord van voorzichtigheid is noodzakelijk. Als een aantal woorden of zinnen uit een Psalm letterlijk wordt geciteerd in het Nieuwe Testament, mogen we er niet van uitgaan dat alle andere woorden van de betreffende Psalm ook letterlijk op de Heere Jezus Christus kunnen worden toegepast of dat ze letterlijk zo door Hem zijn uitgesproken. Soms horen we alleen de stem van het onderdrukte gelovig overblijfsel van Israël in de eindtijd, terwijl andere keren de Messias zich met hen één maakt en Zijn lijden als het ware samensmelt met hun lijden. Hier is geestelijk onderscheidingsvermogen voor nodig. Met Gods hulp kunnen en moeten we ons daarin oefenen.

In deze studie bekijken we de Psalmen op drie manieren. We doen dat door eerst te letten op de eerste aanleiding en toepassing, dan kijken we naar de profetische inhoud en tenslotte zoeken we wat de persoonlijke toepassing voor ons is.