Johannes - Een Gratis Cursus

Over Deze Pagina

De Emmaus Correspondentie School biedt u een volwaardige Bijbelopleiding aan, die u opleidt om Gods Woord beter te leren kennen en begrijpen. Je bekijkt nu de cursus Johannes, één van onze gratis online De Bijbel-Nieuwe Testament cursussen. De Emmaus Correspondentie School biedt u een volwaardige Bijbelopleiding aan, die u opleidt om Gods Woord beter te leren kennen en begrijpen..

Les 1 - Deel 1

JOHANNES 1:1-18

Inleiding

Johannes’ doel voor het schrijven van zijn evangelie is dat zijn lezers zullen weten dat ‘Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat u, door te geloven, het leven zult hebben in Zijn Naam’ (Johannes 20:31).

Er zijn zeven openbare wonderen of tekenen in dit Evangelie die elk bedoeld zijn om aan de mensen te laten zien dat Jezus God is:

  1. Verandering van water in wijn op de bruiloft te Kana in Galilea (2:9).
  2. Genezing van de zoon van de hoveling (4:46-54).
  3. Genezing van de kreupele man bij het bad van Bethesda (5:2-9).
  4. Eten geven aan de vijfduizend (6: 1-14).
  5. Jezus loopt op het Meer van Galilea om de discipelen te redden in de storm (6:16-21).
  6. Genezing van de blindgeborene (9: 1-7).
  7. Opwekking van Lazarus uit de dood (11:1-44).

Aan deze zeven tekenen wordt na de opstanding voor de discipelen nog een achtste teken toegevoegd: De wonderbaarlijke visvangst (21: 1-14).

Charles R. Erdman zegt van dit Evangelie: ‘Het heeft meer mensen ertoe gebracht Christus te volgen, het heeft meer gelovigen geïnspireerd tot trouwe dienst en het heeft meer moeilijkheden voor de geleerden opgeleverd dan enig ander boek’.

Het auteurschap van dit Evangelie is de laatste 200 jaar zwaar bediscussieerd. Dat is ongetwijfeld omdat het zo duidelijk getuigt van de Godheid van Jezus Christus. Men heeft willen aantonen dat het Evangelie niet het werk was van een ooggetuige, maar van een onbekende geniale persoon die 50 of 100 jaar later leefde. Zo nam men aan dat het een weergave was van hoe de kerk over Christus dacht en niet van wie Hij werkelijk was, wat Hij zei of deed.

Het Evangelie spreekt zelf niet over de auteur, maar er zijn vele goede redenen om te geloven dat het is geschreven door de apostel Johannes, één van de twaalf discipelen. Zo was bijvoorbeeld de schrijver een Jood in zijn schrijfstijl, zijn woordkeus en zijn bekendheid met Joodse gebruiken en gewoonten. En de achtergrond van het Oude Testament die doorklinkt in dit Evangelie spreekt ook heel duidelijk in diezelfde richting. Hij is een Jood die in het Land woonde (1:28; 2:1,11; 4:46; 11:18, 54; 21:1,2). Hij kende Jeruzalem en de tempel tot in details (5:2; 9:7; 18:1; 19:13,17,20,41; zie ook 2:14-16; 8:20; 10:22). Hij was een ooggetuige van wat hij vertelde. Er zijn erg veel details van plaatsen, personen, tijdsaanduidingen en gewoonten (4:46; 5:14; 6:59; 12:21; 13:1; 14:5,8; 18:6; 19:31). Hij was een apostel en toont dat hij vertrouwelijke informatie heeft van die intieme kring discipelen, en van de Heere zelf (6:19,60,61; 12:16; 13:22,28; 16:19). Aangezien de schrijver de namen van de andere discipelen wel zorgvuldig vermeldt en niet die van hemzelf, wordt aangenomen dat de naamloze persoon van 13:23; 19:26; 20:2; 21:7,20 de apostel Johannes is. Drie belangrijke gedeelten over de schrijver als ooggetuige zijn 1:14; 19:35 en 21:24.

De chronologie van de bediening van onze Heere op aarde is afgeleid uit dit Evangelie. Uit de andere drie Evangeliën lijkt het of de dienst van de Christus slechts een jaar heeft geduurd. De verwijzingen naar de jaarlijkse feesten die Johannes geeft, laten ons zien dat de openbare dienst van de Heere Jezus ongeveer drie jaar heeft geduurd. We vinden de volgende verwijzingen: het eerste Pascha (2:12,13), ‘een feest’ (5:1) – mogelijk het Pascha of Purimfeest – , het tweede (of derde) Pascha (6:4), het Loofhuttenfeest (7:2), het feest van de Tempelwijding (10:22), en het laatste Pascha (12:1).

Johannes is ook precies in zijn verwijzingen naar de tijdstippen. Terwijl andere evangelisten over het algemeen genoegen nemen met een benadering als omstreeks het derde of negende uur, vermeldt Johannes het zevende uur (4:52), de derde dag (2:1), twee dagen (11:6), en zes dagen (12:1).

De stijl en woordkeus van dit Evangelie hebben een uniek karakter, dat we verder alleen terugvinden in de brieven van Johannes. De zinnen zijn kort en eenvoudig. Ze zijn Hebreeuws wat betreft gedachten hoewel ze in de Griekse taal staan. Doorgaans hoe korter de zin, des te dieper de waarheid. De woordenschat is het meest beperkt van alle evangeliën en toch het meest diepzinnig. Let op deze belangrijke woorden en op het aantal keren dat ze voorkomen: Vader (118), geloof (100), wereld (78), liefde (45), leven (37), getuige, getuigen enz. (47), licht (24).

Een opmerkelijk kenmerk van dit Evangelie is het voorkomen van het getal zeven of een veelvoud daarvan. De gedachten aan perfectie en volmaaktheid zijn de hele Schrift door aan dit getal verbonden (zie Genesis 2:1-3). In dit evangelie werkt de Geest van God de openbaring van God in de Persoon van Jezus Christus uit en vult die aan en dus komen de patronen gegrond op het getal zeven vaak voor.

De zeven keer ‘Ik ben’ in dit Evangelie zijn algemeen bekend. Dat zijn ‘Het Brood van het Leven’ (6:35,41,48,51); ‘het Licht van de Wereld’ (8:12; 9:5); ‘de Deur’ (10:7,9); ‘de Goede Herder’ (10:11,14); ‘de Opstanding en het Leven’ (11:25); ‘de Weg, de Waarheid en het Leven’ (14:6); en ‘de Wijnstok’ (15:1,5). Niet zo bekend zijn de zeven keer dat ‘Ik ben’ voorkomt zonder nadere aanduiding, als een eenvoudige vaststelling. Die vind je in 4:26; 6:20; 8:24,28,58; 13:19; 18:5,8, waarvan de laatste een dubbele is.

In het zesde hoofdstuk, dat over het Brood des levens gaat, komt het Griekse woord voor brood 21 keer voor, een veelvoud van zeven. Soms wordt het vertaald met ‘broden’, andere keren met ‘brood’. Ook in de discussie over het Brood des Levens komt de uitdrukking ‘brood uit de hemel’ precies zeven keer voor en een soortgelijke uitdrukking ‘uit de hemel neergedaald’ komt precies zeven keer voor.